Oorlogswinter – Jan Terlouw

Omslag_GMMEB.jpgDe actie Geef mij maar een boek gaat morgen, zaterdag 20 februari, van start. In de boekhandel kan je voor slechts 1 euro Oorlogswinter van Jan Terlouw aanschaffen. Deze klassieker won in 1973 de Gouden Griffel en werd in 2010 succesvol verfilmd.

Geef mij maar een boek is een initiatief van de landelijke boekhandels en zal jaarlijks worden gehouden. Ik ben nu al benieuwd welke klassieker we volgend jaar voor een euro kunnen kopen. En als ik een suggestie mag doen, dan graag De Zevensprong van Tonke Dragt.

Bij deze mijn recensie van Oorlogswinter, dat ik voor deze gelegenheid heb herlezen.

★★★★☆

In november 1944, als de laatste oorlogswinter aanbreekt, is Michiel van Beusekom veertien jaar. Hij woont met zijn vader, die burgemeester is, zijn moeder en zijn grote zus Erica in een dorpje vlakbij Zwolle. Michiels buurjongen Dirk gaat een overval uitvoeren op een distributiekantoor van voedselbonnen. Hij geeft Michiel een brief die hij bij Bertus Hardhorend moet brengen als de overval mislukt.

Wanneer bekend wordt dat Dirk is gearresteerd probeert Michiel de brief bij Bertus te krijgen. Maar ook Bertus blijkt opgepakt. Michiel raakt zo op jonge leeftijd al bij het verzet betrokken. Hij leert dat wie er goed is en wie slecht nog niet zo makkelijk is vast te stellen als hij op het eerste gezicht denkt. Ook thuis zijn daar discussies over.

Tussen negen en tien uur was er een aanhoudend gebrom van vliegtuigen in de lucht. Amerikaanse bommenwerpers, op weg naar Duitsland, wisten ze. ‘Dat kost weer duizenden eenvoudige burgers het leven,’ zuchtte mevrouw Van Beusekom, maar haar man en Erica en Michiel konden zich er niet druk om maken.
‘Eigen schuld,’ zei de burgemeester hard. ‘Zij zijn deze afschuwelijke oorlog begonnen. Zij hebben het eerst open steden gebombardeerd, Warschau en Rotterdam. Leer om leer.’
‘Daar heeft het kleine meisje in Bremen, dat misschien op dit moment een bomscherf in haar been krijgt, part noch deel aan,’ zei mevrouw Van Beusekom. ‘Oorlog is vreselijk.’
Het beeld van een meisje met een bomscherf in haar been, daar hadden ze niet zo gauw van terug. Het gebrom stierf weg.

Michiel ontdekt dat er een verrader in de buurt moet zijn. Hij heeft zo zijn vermoedens wie dat is. Op eigen houtje probeert hij hem te ontmaskeren. Ondertussen hebben zijn ouders geen idee wat hij allemaal uitspookt. Zijn moeder vermoedt wel dat Michiel zich bezig houdt met illegale praktijken, maar ze vraagt hem nergens naar.

In een interview met Jan Terlouw van twee jaar terug, in dagblad Trouw, zegt hij over Oorlogswinter dat hij vooral niet wilde dat kinderen het jammer zouden vinden dat ze deze tijd niet hebben meegemaakt. Daarin is Terlouw zeker geslaagd. Michiel is niet te benijden. Natuurlijk is het een heel spannend verhaal, maar de angst die toen moet hebben geheerst is duidelijk voelbaar. Michiel is bang dat zijn vader, vanwege zijn hoge functie, iets overkomt. Hij is bang wat er met Dirk gaat gebeuren. Maar al zijn angsten kan hij met niemand delen, omdat hij niet zeker weet of hij mensen kan vertrouwen of omdat hij mensen niet in gevaar wil brengen. En dat maakt het naast een angstige vooral ook tot een heel eenzame tijd.

Michiel voelde een haast onweerstaanbare drang om iemand in vertrouwen te nemen, zijn vader, of zijn moeder, of oom Ben, maar hij weerstond die drang. ‘Een goede verzetsstrijder is eenzaam,’ had hij zijn vader eens horen zeggen. ‘Hij is alleen met zijn taak en met wat hij weet.’ Michiel wist heel goed dat hij nu was verwikkeld in grotemensenwerk; er stonden levens op het spel. Welnu, hij had er altijd een hekel aan gehad als kind te worden behandeld – hij zou zich als een man gedragen. En daarom zei hij niets.

Terlouw schrijft voornamelijk vanuit het perspectief van Michiel. Een paar keer maakt hij daarop een uitzondering. Hij kruipt een keer in het hoofd van Michiels moeder en zijn zus om de lezer te laten weten hoe ze over hun zoon en broertje denken. Dat vind ik een beetje overbodig.
Wel interessant zijn de uitstapjes naar het verhaal van barones Weddik Wansfeld, een van de interessantste personages uit het boek, en de geschiedenis van de Joodse familie Kleerkoper. De vader en zoon van dit gezin kloppen op een avond aan bij de familie Van Beusekom voor hulp. De geschiedenis van deze familie laat zien wat een gemiddeld Joods gezin voor en tijdens de oorlog moest doorstaan.

Nu de Tweede Wereldoorlog steeds verder achter ons ligt, is het goed dat er een boek als Oorlogswinter bestaat, zodat we kunnen lezen hoe het moet zijn geweest. Jan Terlouw was zelf 12 in de periode waarin het boek speelt. Hij heeft zijn eigen herinneringen aan de oorlog opgeschreven. En omdat het zo echt aandoet, leest het verhaal nog steeds als een trein. Er zijn door de boekhandelaren 260.000 exemplaren besteld van deze speciale uitgave. Rennen naar de boekhandel dus morgen!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s