Haaieneiland – Rob Ruggenberg

haaieneiland.jpg★★★★☆

In 1722 gaat een expeditie van drie schepen onder leiding van kapitein Jacob Roggeveen op zoek naar het geheimzinnige Zuidland. Een van de drie lijdt schipbreuk bij Takapoto, een eilandje midden in de Stille Zuidzee op zo’n 15.000 kilometer van ons koude kikkerlandje. Vijf bemanningsleden besluiten op het eiland achter te blijven.

Met deze feiten als uitgangspunt heeft Rob Ruggenberg Haaieneiland geschreven. Over het lot van de vijf is niks bekend, dus Ruggenberg kan er zijn eigen fantasie op loslaten. Hij schrijft over de broers Pieter en Roemer Jonasse, die op jonge leeftijd hun moeder verliezen. Vader zit in het gevang. Ze gaan mee op de expeditie, want ze hebben wel zin in een avontuur en kunnen het geld goed gebruiken.

Al vroeg in het boek sterft Pieter. Hij heeft scheurbuik, een veel voorkomende ziekte aan boord van 18de eeuwse schepen, die ontstaat door een gebrek aan vitamine C. Verzwakt door de ziekte wordt hij, samen met enkele anderen, door kwartiermeester Baltus Jansse ingezet om naar de Africaensche Galey te roeien, het schip dat bij Takapoto op een koraalrif is vastgelopen. Onderweg slaat zijn sloep om en valt hij ten prooi aan de haaien, waarvan het wemelt bij het eiland.

Baltus Jansse, veroordeeld tot ophanging vanwege het vechten met een stuurman, besluit op Takapoto achter te blijven om zo zijn doodstraf te ontlopen. Er zijn er nog drie die zich gelijk bij hem voegen om aan de dood en het verderf van het zeilschip te ontsnappen. Onder hen ook Swart Jan, die altijd aardig is geweest voor Roemer. Roemer, die graag de dood van zijn broer wil wreken en bij Swart Jan wil blijven, besluit als vijfde opvarende het schip de rug toe te keren. Bovendien lijkt Takapoto een paradijsje met palmbomen, vrouwen in overvloed en bijzondere zwarte parels.

Roemer leert op het eiland Nu’i kennen, een meisje van zijn leeftijd. Ze trekken naar elkaar toe en Nu’i leert hem de taal. In de proloog is te lezen dat er een slachting op het eiland heeft plaatsgevonden, twee jaar voor de komst van de Nederlanders naar Takapoto. Hierbij zijn alle mannen en jongens door krijgers van het nabijgelegen eiland Ana’a vermoord. Alleen Tututemanarike, de overgrootvader van Nu’i, heeft zich op tijd weten te verstoppen.

Haaieneiland is absoluut geen boek voor teerhartige kinderen. Twee van de achterblijvers vallen al vrij snel ten prooi aan de haaien. Ook worden er mensen geroosterd, met spiesen doorboord en zelfs opgegeten. Takapoto is niet zo paradijselijk als het op het eerste gezicht lijkt.

Het boek wisselt van perspectief tussen Roemer en het eilandmeisje Nu’i. En passant krijg je veel te weten over het leven op een eiland in de Stille Zuidzee. Je leert over de begrafenisrituelen, het gebruik van tatoeages om een bepaalde levensfase te markeren en de navigeerkunst van de eilandbewoners. Dit doet Ruggenberg heel terloops en zonder oordeel.

Dat Roemer en Nu’i een relatie krijgen is geen verrassing. Maar ik vind het wel jammer dat die vrij plotseling begint. Je weet dat zij hem de taal leert en dat ze graag samen zijn. Maar dan gaat het plotseling over poepen, een Oudnederlands schunnig woord voor seks. Iets meer romantiek in de aanloop naar de seks had ik leuker gevonden. Nu ging het wel heel snel en is er geen sprake geweest van verovering.

Dat Ruggenberg veel onderzoek heeft gedaan voor zijn boek is er zeker aan af te lezen. Op zijn website (zeker even bekijken!) zie je veel foto’s van Takapoto, want hij heeft er enkele weken doorgebracht om onderzoek te doen. Ook bracht hij veel uren door in archieven in Australië en op Tahiti en ontdekte zo dat de krijgers van Ana’a de omgeving terroriseerden in de tijd van de schipbreuk. Zo kreeg zijn verhaal steeds meer vorm.

Het boek eindigt in een heel spannende climax, waarin het eiland door een grote storm wordt geteisterd. Ik heb het ademloos uitgelezen. Wat een geweldig avontuurlijk boek is dit en wat zit het goed in elkaar. En als je in de verantwoording leest dat er 43 jaar na de schipbreuk in een scheepsjournaal staat geschreven dat er een man met een witte baard op Takapoto is aangetroffen, dan ga je denken dat Ruggenberg misschien niet eens zo heel ver naast de waarheid heeft zitten schrijven.

Ruggenberg doet momenteel onderzoek voor zijn nieuwe boek Morenzoon, over Turkse en Marokkaanse jongens die meevochten tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Hij verwacht het in de zomer van 2017 af te hebben. Ik kijk er nu al naar uit.

Uitgeverij Querido, 288 bladzijden, €15,99, vanaf 12 jaar

Bekijk op bol.com

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s